• Wijnand Kooijmans

Rotonde naar Belgisch vluchtoord vernoemd

NUNSPEET De rotonde van de Eperweg met de Oostelijke Rondweg heeft de naam 'Vluchtoordroute' gekregen. Hier is ook een informatiebord geplaatst dat de achtergronden van de naamgeving beschrijft. Het bord werd onthuld door wethouder Marije Storteboom.

Wijnand Kooijmans

Het voorstel voor de naam is gedaan door de heemkundige vereniging 'Nuwenspete.' Het informatiebord is geplaatst op een voet waarop staat Vluchtoord Nunspeet. Naast de heemkundige vereniging is informatie aangeleverd door het streekarchivariaat Noordwest-Veluwe. Het brengt de geschiedenis in beeld van het zogenoemde Belgenkamp waar tijdens de Eerste Wereldoorlog bijna zevenduizend Belgische vluchtelingen verbleven.

DORPEN In eerste instantie werden de vluchtelingen ondergebracht in Oldebroek in lege kazernes en paardenstallen. Om de overblijvende vluchtelingen, die zelf niet in hun onderdak konden voorzien, te herbergen werden op last van de Nederlandse regering, op diverse plaatsen vluchtoorden gebouwd. Ook aangeduid als 'de Belgische dorpen.'

De toenmalige burgemeester van de gemeente Ermelo liet aan de commissaris van de koningen weten dat er in Nunspeet onafzienbare heidevlakten waren om een kamp te bouwen voor een 'onnoemlijk aantal personen.'

BADHUIZEN Binnen een maand werden er op het terrein waar nu de rotonde ligt en de achterliggende woonwijk, een barakkenkamp met scholen, een kerk, badhuizen en ontspanningsgebouwen geplaatst. De eerste vluchtelingen uit Oldebroek verhuisden 1 december 1914 naar Nunspeet.

Het kamp werd gebouwd voor dertienduizend vluchtelingen. Het aantal bleef uiteindelijk beperkt tot nog geen zevenduizend. Bij het opheffen van het vluchtoord in Ede in 1917 werden de inwoners van dat kamp ook naar Nunspeet overgebracht. De hoofdzakelijk katholieke Belgen leidden hun eigen geestelijke leven. Het waren vooral de Belgische pastoors en priesters die als geestelijk verzorger in het kamp werken. Daarnaast gaven Belgische nonnen les op de scholen.

LEIDING Het kamp was onderverdeeld in vier 'dorpen' met in totaal zeventig barakken en besloeg een oppervlakte van zo'n 25 hectare. Het geheel was omheind, een oud-officier had de leiding. De vluchtelingen kwamen overwegend uit de lagere sociale klasse. De gezondheidssituatie liet er te wensen over, bij een epidemie in 1915 stierven er 264 kinderen.

Een deel van het kamp werd gebruikt voor minder gewenste elementen. Eén van de barakken had de naam 'Congo' en werd gebruikt voor gestraften. De barak 'Jan Steen' was aangewezen voor publieke vrouwen. Het kamp werd in 1919 gesloten.

Later is op de plek die in de volksmond het 'Belgenkamp' werd genoemd een woonwijk gebouwd. De straatnamen herinneren aan het toenmalige vluchtoord omdat ze zijn vernoemd naar het Belgische koningshuis. Zo is er de Albertlaan, Astridlaan, Fabiolalaan, Leopoldlaan en Paolalaan.

MUNTGELD Rondom Nunspeet is op een aantal boerderijen Belgisch muntgeld aangetroffen, dat vermoedelijk is gebruikt om er zuivelproducten en andere levensmiddelen mee te kopen. Overledenen werden begraven op de begraafplaats naast de katholieke kerk aan de Eperweg. Hier staat ook een herinneringsmonument.