• Rechtbank

Celstraf ex-horecaondernemer voor miljoenenoplichting

EPE Een 46-jarige man uit Bonaire is veroordeeld tot een celstraf van vier jaar voor oplichting, incasso- en faillissementsfraude. Zijn 54-jarige broer uit Epe is vrijgesproken van incassofraude. Wel is bewezen dat hij een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over 2007 heeft gedaan. Dit komt hem op een werkstraf van tachtig uur en een geldboete van 10.000 euro te staan.

De rechtbank vindt wettig en overtuigend bewezen dat de 46-jarige ex-horecaondernemer de ABN AMRO bank over een periode van drie jaar voor ruim elf miljoen euro heeft opgelicht. Volgens de rechtbank is het ook bewezen dat hij een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over 2007 heeft gedaan. Er zijn daarnaast vier feiten bewezen verklaard die onder de noemer faillissementsfraude vallen.

VOORSCHOT De man had met de ABN AMRO bank een incassocontract afgesloten. Dat hield in dat de bank voor de man automatisch geldbedragen zou incasseren bij franchisenemers. De rekeningen werden echter niet gebruikt door de franchisenemers. Het waren niet-actieve rekeningen van bedrijven die aan de man waren te linken. Wanneer op de rekeningen onvoldoende geld stond om te kunnen incasseren, werd dit volgens vast gebruik in eerste instantie door de bank voorgeschoten. Dit voorschot werd telkens door de man opgenomen. Op het moment dat de bank de voorschotten terugboekte, had de man al een nieuwe en hogere incasso-opdracht uitgedaan met daaraan een nieuw - hoger - voorschot gekoppeld. Zo kwamen de betreffende bankrekeningen nooit in het rood te staan en viel niet op dat tussentijds geld werd opgenomen door de man. Het ging in totaal om ten minste 74.000 incasso's over zestien bankrekeningen. Er bleek een bedrag van elf miljoen euro te zijn verdwenen.

ONVOLDOENDE BEWIJS De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat zijn 54-jarige broer medepleger of medeplichtige is van de oplichting. Er kan niet worden vastgesteld dat hij wist van het afromen van bedragen bij incasso-opdrachten aan ABN AMRO. Daarvoor ontbreekt volgens de rechtbank het bewijs. De rechtbank spreekt hem daarvan vrij. Wel is bewezen dat ook hij een onjuiste aangifte inkomstenbelasting over 2007 heeft gedaan. De vordering van ABN AMRO is niet-ontvankelijk verklaard. De vordering kan nog wel bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.