• Bas Czerwinski

Commentaar:'Brevet van onvermogen'

VELUWE Overheden buitelen over elkaar heen in hun streven om de bevolking meer bij het democratisch proces te betrekken. Burgerpanels, praatgroepen; het zijn maar enkele van de initiatieven die worden genomen. De steeds mondiger burger haalt er de schouders bij op. Zo lang de gang naar werkelijke betrokkenheid de sukkeldraf niet naar de kroon steekt is die houding verklaarbaar. Want nog te vaak is het datgene wat je met de mond belijdt en met de draad bestrijdt. Inschakelen van inwoners op het moment dat de beslissingen al zijn genomen en alleen de status van feitelijkheid niet hebben bereikt. Vergaderingen die er toe doen gelijktijdig laten plaats vinden. Het middel van de vertrouwelijkheid, uitmondend in gesloten deuren, te pas en te onpas hanteren. De reactie van de burger om de verkiezingen te mijden is daarmee verklaard, maar niet één om gelukkig mee te zijn. We vrezen evenwel dat die passiviteit het dieptepunt nog moet bereiken. Wat te denken namelijk van het feit dat gemeenten zichzelf na de jongste verkiezingen een brevet van onvermogen hebben opgespeld.

Onze regio is bezig om wat dat betreft een verfoeilijke reputatie op te bouwen. Oldebroek heeft in Heerde de overtreffende trap gevonden. We focussen ons nu op de collegevorming. Anders dan bij de mislukte fusie, kunnen ze hier wèl door één deur. Oldebroek had de hulp van elders nodig om b en w compleet te krijgen. Heerde begon met drie krachten uit eigen gelederen, zag er gaandeweg twee verdwijnen en haalt nu alle drie de wethouders van vreemde bodem. Een landelijk record zal het wellicht niet zijn; opmerkelijk is het zonder meer. Bovendien zetten de beide grootste partijen hier hun kandidaten al voor de verkiezingen in de etalage. Politieke partijen die geen kans zien om ook maar iemand uit eigen gelederen te vinden, ook maar één kandidaat die de ins en outs van de samenleving kent en doordesemt is van de couleur lokale, mogen zich generen.

Het is de beste manier om de belangstelling voor gemeenteraadsverkiezingen nog een duwtje te geven. In de verkeerde richting, dat wel. Uiteraard is daarmee niets miszegt ten opzichte van de mensen die de posities innemen. Zij maken gebruik van hun goed recht. 'Vreemde ogen dwingen", zullen de voorstanders wellicht tegenwerpen. Maar een wethouder functioneert het best als ie voeling heeft met de gemeenschap, zich met regelmaat in buurt en wijk laat zien. Dat ligt een stuk moeilijker wanneer je geen deel uit maakt van de samenleving. Het verhoogt de afstand tot de lokale politieke en die – zo zeggen politici- willen we zo graag versmallen. Daar is dan dat spreekwoord van de mond en de daad weer op van toepassing. Een profeet in eigen land wordt niet geëerd. Wat van ver komt is lekker. We horen het de voorstanders al denken en zeggen. Je zou er in de Heerder situatie naar kunnen nijgen. Toch kan dat de conclusie van onmacht niet omver werpen. En als dan toch onverdraagzaamheid een bovengeschikte rol speelt, is het al helemaal niet iets om vrolijk van te worden.

Dick van der Veen.