• Lex van Lieshout

Voorwaardelijke werkstraf tegen agent die in Heerde man in voet schoot

HEERDE De 33-jarige politieagent van de Eenheid Oost Nederland, die op 9 januari in Heerde na een achtervolging een man in zijn voet schoot, moet een voorwaardelijke werkstraf krijgen. Volgens de officier van justitie was er geen gerechtvaardigde reden om het wapen te trekken en op de wegrennende persoon te schieten. De agent heeft zich daarom schuldig gemaakt aan een poging zware mishandeling. Tegen de agent werd vandaag voor de rechtbank in Arnhem een geheel voorwaardelijke werkstraf van 50 uur geëist.

In de nacht van 8 op 9 januari 2015 negeert de bestuurder van een bestelbusje op de A1 een stopteken van een voertuig van de Landelijke Politie Eenheid. De Landelijke Eenheid wilde het bestelbusje controleren, omdat er een aandachtsvestiging op het kenteken stond. Waar die aandachtsvestiging betrekking op had, was niet duidelijk. Omdat het bestelbusje wegrijdt, wordt via de meldkamer de hulp van de Eenheid Oost Nederland ingeschakeld. Uiteindelijk achtervolgen vier politievoertuigen het bestelbusje. Op de Molenweg in Heerde wordt het busje tot stoppen gedwongen. De bestuurder en de bijrijder gaan er te voet vandoor. Politieagenten zetten de achtervolging in. Daarbij worden door meerdere agenten in totaal waarschuwingsschoten gelost en één gericht schot, waarbij de bijrijder gewond raakt aan zijn voet.

De agent die dit gerichte schot heeft gelost, heeft zich niet gehouden aan de ambtsinstructie, aldus het OM. Er was geen aanwijzing dat de wegrennende bijrijder van het bestelbusje zelf een wapen bij zich had. Ook werd de man op dat moment niet verdacht van een ernstig strafbaar feit.

Omdat de agent verklaart dat zijn doel was om de man aan te houden, is er geen sprake van ''volle'' opzet om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Maar de agent heeft, door van relatief korte afstand te schieten, wel het risico op zwaar letsel aanvaard.

De officier van justitie stond in het requisitoir stil bij de uitzonderlijke situatie dat een agent voor het gebruik van zijn dienstwapen voor de rechter moet verschijnen.

De officier is zich ervan bewust dat het niet eenvoudig is om ''ter plaatste, in een split second, als je vol in de adrenaline zit door de achtervolging, met de politiewet en de ambtsinstructie in het hoofd de juiste beslissing te nemen. Maar als politieambtenaar ben je daar wel op getraind, wordt van je verwacht om ook in dergelijke situaties, onder dergelijke omstandigheden, de juiste beslissing te nemen'', aldus de officier van justitie.

De agent heeft daarmee een fout gemaakt in zijn beroepsuitoefening. Omdat de politieman zijn wapen niet had mogen gebruiken, vindt het OM dat er straf moet volgen. Alles afwegende vindt de officier van justitie een voorwaardelijke werkstraf van 50 uur met een proeftijd van een jaar passend.

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, doet over twee weken uitspraak.