Maximale werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor Eper inbreker

EPE ​De rechtbank veroordeelde dinsdag 3 februari een 49-jarige man met een verstandelijke beperking uit Epe tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar voor het plegen van zes woninginbraken in de gemeente Epe over een periode van vier jaar.

De man pleegde deze inbraken telkens door een ruit van de woning in te slaan of een deur open te breken en daardoor naar binnen te gaan.

De officier van justitie had achttien maanden gevangenisstraf geëist, waarvan negen maanden voorwaardelijk. De rechtbank vindt in de persoonlijke omstandigheden van verdachte en in het advies van de reclassering aanleiding om af te zien van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf, die bij veroordeling voor soortgelijke ernstige feiten als door verdachte gepleegd over het algemeen wordt opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat de samenleving wordt gediend met het opleggen aan verdachte van een maximale werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met een proeftijd van drie jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich laat begeleiden door de reclassering, ook als dat een behandeling voor zijn delict gedrag en zijn psychische problemen inhoudt.

Met deze straf wordt volgens de rechtbank de recidivekans zo veel mogelijk beperkt en is de kans zo groot mogelijk dat verdachte op het rechte pad blijft en derden geen schade meer ondervinden van zijn daden.